|
Geschiedenis (English text will follow soon)
Hoewel Mercedes in de vroege jaren ’50 de hele racerij plat domineerde en met de befaamde vleugeldeuren 300 SL ook in mondaine kringen furore maakte, ging het er in de showroom best traditioneel aan toe. Terwijl Mercedes nog schaamteloos teerde op vooroorlogse technologie, lieten de Italiaanse en Franse automerken reeds erg revolutionaire auto’s op het koopgrage publiek los, met de Citroën DS uit ’55 als ultieme klapper.
Dat tij keerde pas toen in ’54 eindelijk de 180 met zelfdragend koetswerk werd onthuld. De auto zou wereldberoemd worden als ponton-Mercedes, maar met zijn bolronde klassieke vormen sprokkelde hij in de lage landen vooral bekendheid bij elkaar als ‘de bolhoed.’ Hoewel nog steeds niet baanbrekend, groeide de 180 meteen uit tot de ultieme droom van de snel aandikkende middenklasse.
Kort daarop volgde de Mercedes 220 in al zijn vormen. Deze lichtjes opgeleukte variant mikte zijn pijlen rechtstreeks op de steeds talrijker wordende klasse van goedboerende ondernemers. Omdat luxe zich nog simpel liet samenvatten, was de 220 weinig meer dan een 180 met meer schitterschoon chroom, een iets rijkere uitrusting en een royaler bemeten neus om de sterkere én tegelijk zijdezacht presterende zescilindermotor te huisvesten.
Geen spectaculair andere auto dus, maar net speciaal genoeg om de kenners te verleiden. De zeldzame coupé’s en cabriolets waren toen toonbeelden van goede smaak en aristocratische inslag. Met een vermogen van 120 pk, een ophanging die vooral op comfort is geënt en een manuele vierbak die zich via een pook aan het stuur laat bedienen, is de 220 SE uit ’57 allerminst een sportwagen.
Hij is echter wel een perfecte partner voor ontspannen ritten terwijl de wind weldadig door haren streelt. Hoewel de 220 SE cabriolet en coupé tot de nok vol zitten met de fraaiste materialen – veel donker hout op de boordplank, romig leder over de stoelen en deurpanelen, hoogpolig tapijt tot de enkels en zelfs een ivoorwit stuurwiel – werden er wegens de buitensporige aanschafprijzen amper 3500 exemplaren gebouwd.
In de late jaren ’50 kocht je bij Cadillac of andere Amerikaanse autobouwers namelijk minstens evenveel luxe en stijl, maar veel meer extravagantie en binnenruimte voor minder geld. De Amerikaanse slagschepen zaten bovendien prima in de uitrusting met ondermeer automatische versnellingsbakken, elektrisch bediende ramen, klimaatregeling stuurbekrachtiging en nog wat zaken meer die het leven zoveel milder maken, maar die de Mercedes-eigenaar helaas moest ontberen. Vandaag staat deze elegante, ietwat statige Benz bij specialisten echter hoog aangeschreven wat zich vertaalt in stevige tarieven als er al eens eentje van eigenaar wisselt.
Click here for the rental conditions.
Powered by Germanus
|